Mensen maken vaak de fout om lichtzinnig te doen over de dood. “Nou ja, iedereen gaat dood”,denken ze. “Dat is niet bijzonder, het hoort erbij. Mij kan niets gebeuren.” Dat is een aardige theorie, totdat je sterft.

Chagdud Tulku Rinpoche

Organisaties grijpen vanuit de behoefte naar verandering (overleving) en innovatie nog te gemakkelijk naar oude ontwikkelingsmodellen. Dit zijn (business)modellen die zich eenvoudig weg laten zetten in afgeleide piramides van Maslow,  blokkenschema’s en stroommodellen. Daarbij vliegen woorden zoals lean, green, agile, golden circles, resources, revenues en sustainability je om de oren.

Per definitie is er niets mis met deze vormmodellen, echter de inhoud en vraagstelling van deze modellen is vaak nog naar buiten gericht. Daarmee bedoel ik dat bijvoorbeeld visies, missies en strategieën in algemeenheid worden geformuleerd zonder expliciet te zijn in de werkelijke wens en behoefte van de mensen binnen de organisatie. En haar doelgroepen!

Deze modellen zijn dus voornamelijk oplossingsgericht, terwijl binnen de meeste organisaties de grootste uitdaging juist ontwikkelingsgericht is.

Voor zover ik mij kan herinneren ben ik geboeid door het concept dood. Ik noem het een concept, ondanks dat het een onvoldongen feit is, omdat ik de waarheid niet ken bij gebrek aan persoonlijke ervaring. Gelukkig maar.

Onder andere de wetenschap, religie en spiritualiteit spreken zich op diverse manieren uit over de dood, maar aangezien de dood niet naverteld kan worden bestaat er vooralsnog geen absolute waarheid.

Waarom boeit de dood mij? Vanwege het onbekende, omdat het onvermijdelijk is en omdat het als polariteit van leven ook waarde geeft aan het leven. Want wat stelt het leven voor zonder de dood? Hoe zouden we met het leven omgaan als we niet zouden sterven. Hoe verhoudt de dood zich tot bijvoorbeeld de mooie dingen uit het leven zoals genot, plezier en lust?

Ik heb vroeger, tussen mijn 16e en 24e levensjaar, vaak aan de dood gedacht en er zelfs op een vreemde manier naar verlangd.. Dit is natuurlijk heel vreemd en persoonlijk om te vertellen. In grote lijnen had dit te maken door de dissonantie tussen wie ik werkelijk was en het leven wat ik om mij heen had gecreëerd.

Ik heb een deel van dit leven als eens omschreven in mijn blog: het einde van de wereld!

Werkelijkheid

Dat ik hier een ommekeer in heb weten te maken, heb ik te danken aan een burn- out (kantelpunt) een verlangen (naar het echte leven) en een dieper weten (wat onverklaarbaar is). Tevens ben ik de juiste mensen op het juiste  moment tegen gekomen die mij kennis lieten maken met een veel groter, zinvoller, holistische en “echter” beeld van het leven. Iets wat ik diep van binnen wel herkende, maar waar ik eerder niet op durfde te vertrouwen.

Ik ben dus als vanzelfsprekend ook geïnteresseerd in de vraag wat nu werkelijkheid is, zeker gezien het feit dat mijn werkelijkheid is veranderd door een transformatie van mijn eigen (innerlijke) context. Dus in die zin zou ik zeggen dat de werkelijkheid wordt gevormd door onze persoonlijke gedachten en ervaring. Het is natuurlijk prachtig als we de waarheid ook beleven als ‘slechts’ een persoonlijke waarheid, want dat zou heel veel conflicten voorkomen.

“Everyone sits in the prison of his own ideas; he must burst it open, and that in his youth, and so try to test his ideas on reality.”

Albert Einstein

Lineair of circulair

Dus de dood speelt een grote rol in mijn leven. In “Het Tibetaanse boek van Leven en Sterven” omschrijft Sogyal Rinpoche een belangrijk verschil tussen de Westerse en Oosterse cultuur ten aanzien van de dood. Opvallend is dat we in het Westen de dood het liefste negeren, tot het onvermijdelijke moment van onze eigen naderende dood of van iemand die we lief hebben. In het Oosten is veel meer vertrouwen in  -en aandacht voor- de dood, wat tevens te maken heeft met het idee van een circulaire levensloop. In het Westen beschouwen we het levens voornamelijk als iets dat eindigt en leven we een lineair ‘proces’ vanuit het menselijke concept tijd. In het Oosten beschouwen ze het leven en de dood voornamelijk als een circulair proces van geboorte, dood en wedergeboorte (Samsara).

De dood in de moderne wereld

,,Toen ik voor het eerst in het Westen kwam, was ik geschokt door de houding ten opzichte van de dood die ik hier aantrof. Ondanks alle technologische verworvenheden heeft de moderne westerse maatschappij geen werkelijk inzicht in de dood of wat er tijdens of na de dood gebeurt. Het werd me duidelijk dat de mensen tegenwoordig geleerd wordt de dood te ontkennen en dat de dood niets anders is dan vernietiging en verlies. Dit betekent dat het grootste gedeelte van de wereld in de ontkenning van de dood leeft of in panische angst ervoor. Zelfs praten over de dood wordt als morbide beschouwd, en veel mensen geloven alleen al dat het noemen van de dood het risico met zich meebrengt dat men de dood over henzelf afroept.

Anderen kijken met een naïeve, onbezonnen opgewektheid tegen de dood aan, in de veronderstelling dat het om de een of andere onbekende reden met de dood wel los zal lopen en dat ze zich nergens zorgen over hoeven te maken.” (2)

Over verlangen, één-zijn en individuatie (kort door de bocht).

Goed, mijn vroegere verlangen naar de dood kwam voort uit de destructieve gedachten vanuit mijn wereldbeeld en persoonlijke beleving van dat moment. Creativiteit (scheppend, vorm willen geven aan) is mijn polariteit van de destructieve schaduwzijde dood. Pas na de (h)erkenning van mijn schaduwzijde, wat een flink proces is geweest,  heb ik ook mijn creativiteit echt vrij laten komen. In mijn geval negeerde ik niet alleen mijn schaduwzijde op jonge leeftijd, maar ook mijn ‘lichte zijde’.

De weg van de Boeddha naar eenwording gaat over het vrij worden of zijn van verlangen. Wanneer we vrij zijn van verlangen stappen we uit de Samsara en worden we opgenomen in het één-zijn. Onder één-zijn wordt kort gezegd verstaan dat we als individu tevens onderdeel zijn van het grotere geheel (mensen, dieren, planten, universum etc.) en we daar ook weer een (energetisch) deel vanuit gaan maken. Daardoor stappen we uit de afgescheidenheid die we dagelijks beleven en ook aanleiding geeft tot eenzaamheid waar binnen het verlangen blijft bestaan. Verlangen gaat over iets willen / nodig hebben buiten jezelf om in vervulling te raken. In die zin zou je kunnen zeggen dat we onvervuld zijn vanuit onszelf, waardoor we iets nodig hebben van een ander. We zijn dus afgescheiden van onszelf door het idee iets nodig te hebben van de ander.

Nu zie ik verlangen niet alleen als een negatief iets van onvervuldheid, maar ook als onderdeel van het proces van individuatie. Individuatie staat centraal in C.G. Jungs psychologie wat gaat over zelfverwezenlijking.

Naast het Ik (ego) onderkent Jung het Zelf; een totaliteit om het ‘ik’ heen die zowel het bewuste als onbewuste deel van de persoonlijkheid omvat. De realisatie van het Zelf is een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstelling in de de mens, zoals goed en kwaad, licht en schaduw, binnen en buiten. (3)

Aangezien we vele levens zullen doen over één-wording (Boeddha), of het levenslange proces van individuatie (C.G. Jung) worden we allemaal in ons leven geconfronteerd met de keerzijde van het leven, de dood. En alle schaduwgevoelens die daarbij horen. De schaduwgevoelens verdienen onze aandacht, om de polariteiten daarvan ook leven in te blazen. Want geluk herken je door de erkenning van verdriet, waarde door verlies en blijdschap door boosheid. Het is onmogelijk om het één volledig te leven wanneer het ander in onszelf niet (h)erkent wordt.

Ik passeer hier vrij snel en oneerbiedig waardevolle begrippen als éénzijn, Samsara, individuatie en verlangen. Al deze begrippen verdienen boeken en tijdloze discussies omdat ze zo waardevol zijn, wanneer we het hebben over het leven en persoonlijke ontwikkeling. Echter in het kader van een blog (die nu volgens de richtlijnen veel te lang is) kies ik ervoor om het hierbij te laten, hopende dat ik een indruk heb kunnen geven en de verbanden heb kunnen leggen.

“Even if there is only one possible unified theory, it is just a set of rules and equations/ What is it that breathes fire into the equations and makes a universe for them to describe?”

Stephen Hawkins

Ik ben gistermorgen vroeg opgestaan en raakte geïnspireerd door een artikel wat onder andere gaat over onze angst voor eenzaamheid. Ik lees in de angst van eenzaamheid ook de angst voor dood, want in de stilte ontmoeten we onszelf. Een onderdeel daarvan is niet alleen het leven, maar ook de dood, het niet weten en het (niet rationele) alles weten, het nietige en gelijktijdig de grootsheid van ons bestaan. Ik ga hier nu niet verder op in maar psycholoog Peter Mulhuijzen heeft een prachtig boek over geschreven, genoemd Eenzijn of Eenzaam?

Een andere inspiratiebron is de eerste opleidingsdag van de New Jung Academy die ik afgelopen vrijdag mocht meemaken. Hier zijn vele kernbegrippen gepasseerd, waaronder dat er een a- causaal verband is, dat niet direct voor rede vatbaar is maar daardoor ook niet minder reëel. Jung heeft een zeer holistische visie waarbij de menselijke psyche, het spirituele, occultisme etc. de revue passeren.

Daarbij gaat de a-causale benadering niet over het waarom, maar over het waartoe wat voor mij direct aansluit op het zingevingvraagstuk in mijn leven. Persoonlijk leg ik hier het verband tussen het a-causale en wat ik eerder noemde een dieper weten (onverklaarbaar,  maar zeer reëel aanwezig, het eeuwige, de ziel?) sluimerend in het (collectieve) onbewustzijn.

Meer weten over de New Jung Academy? Lees hier.

Bronvermelding
  1. Chagdud Tulku Rinpoche, Life in Relation to Death (Cottage Grove of: Padma Publishing, 1978), 7
  2. Soygal Rinpoche – Het Tibetaanse Boek van leven en sterven – herziene 26e druk, 2011, blz. 25
  3. http://nl.wikipedia.org/wiki/Carl_Gustav_Jung