Toen ik een jaar of 18 was zat ik op een vrijdagavond met mijn beste vriend in onze stamkroeg. We zaten hier één á twee avonden per week aan de bar te praten over muziek, werk, leren, leven, vrouwen en vriendschap. Maar deze avond bracht ons iets anders.

Maureen, de barvrouw die ieder weekend werkte en onze moeder van het nachtleven was, zette opeens twee verse biertjes voor ons neer. Vreemd, want daar hadden we toch niet om gevraagd? Ze keek ons aan en lachte haar mooiste lach. En toen voelden we de bui al hangen; ze wilde iets van ons.

En jawel. Ze vroeg of we morgen iets te doen hadden. Angstvallig keken we om ons heen naar de staat van onze geliefde kroeg en erkenden dat deze wel een schilderbeurt kon gebruiken. Mijn vriend en ik keken elkaar aan en hoopten dat we wel iets nuttigs te doen hadden zaterdag, maar tevergeefs. De zaterdag was meestal leeg, op een klein feestje her en der na. Dus ja, we hadden een paar uurtjes de tijd. Hoezo?

Maureen vroeg ons of we iemand wilden helpen met het leegruimen van zijn dakterras. De man in kwestie was door zijn rug gegaan en kon geen kant op, maar het dakterras moest leeg dit weekend. Tja,.. ik pakte mijn biertje en dronk deze voor de helft op.

,,Oké, waar moeten we heen?’’, vroeg ik. Enkele uurtjes later reed ik in de diepe nacht op de fiets naar huis en zag met grote tegenzin op naar morgen.

De volgende morgen om 9 uur stonden mijn vriend en ik met een zwaar voorhoofd op het terras, althans de eerste 40 cm die bereikbaar was. We keken uit over een enorme bende: oud meubilair, tegels, grind, hout, vuilniszakken met groenafval… Het hield niet op.

Maar als twee jongens uit gezinnen met een gezond arbeidsethos wisten wij dat klagen hier geen zin had en stapten kordaat de rommel in.

Al snel nadat wij begonnen waren brak de zon door. En naar mate de tijd vorderde leken we er zelfs plezier in te krijgen. Het was typisch zo’n klus waarbij we nauwelijks uitgedaagd werden tot nadenken en dus –zoals dat tegenwoordig heet- in een bijna meditatieve staat het dakterras vakkundig van z’n ballast ontdeed.

Rond vier uur in de middag stonden we in de warme middagzon, met het stof en vuil aan onze handen, kleding, schoenen en gezicht breeduit te lachen. We hadden het klusje geklaard en voelden ons in optima forma. De man met rugklachten kwam hartelijk lachend het terras op. En achter hem kwam ook zijn vrouw die – wat we nu voor het eerst zagen – hoogzwanger was.  Blijkbaar was het de nesteldrang die ons had bereikt, die vorige avond in de kroeg. Want een kind breng je niet op de wereld als het dakterras nog vol ligt met rommel.

De man schudde ons blij de hand en duwde direct beiden vijftig gulden in onze handen. Beteuterd keek ik naar het briefje. Maar toch even snel rekenend; dit is één cd van 39,95 een paar biertjes en pakje sigaretten (en dat maal 2, ons weekend kon niet meer stuk!).

En terwijl ik denk aan de avond met bier en sigaretten zie ik mijzelf het briefje teruggeven en zei: ,,jullie hebben het harder nodig dan ik”. Uiteraard met de baby in gedachten en het feit dat de man voorlopig niet meer kon werken vanwege zijn rug. Zonder mij aan te kijken en bijna tegelijkertijd geeft ook mijn vriend het briefje terug. We dachten er hetzelfde over.

De man wist zich even geen raad en keek zijn vrouw aan. Ja wat nu?

Opeens stevende hij naar binnen en kwam een kleine minuut later naar buiten met een fles en kleine glaasjes in zijn hand. Hij zei: ,,jongens, jullie zijn geweldig, wat ongelofelijk mooi vinden wij dit. We zouden het heel leuk vinden deze fles te openen en hier samen van te genieten. Ik bewaar deze fles al jaren voor een speciaal moment. Het is een bijzondere en zeer oude cognac die ik van een dierbare vriend heb gekregen”. De vrouw liep op ons af en bedankte ons met een hartverwarmende knuffel. Met een harde buik vol verwachting tussen ons in.

De zon veranderende -met het invallen van de avond- de lucht langzaam in een oranje deken en wij zaten te genieten van het leven op een opgeruimd dakterras. Met een overheerlijke cognac, een sigaartje en boven alles fantastisch gezelschap. We deelden verhalen, luisterden naar elkaar, lachten en pinkten af en toe een traan weg.

Laat in de avond zijn we vertrokken. Na een lange stilte deelden we onze gedachten: dit was één van de mooiste dagen uit ons leven. Hier hebben we het later nog vaak over gehad. Want wat maakt dit nu zo mooi?

Wat dat was?

Voor mij was het de onverwacht mooie ontmoeting en de mogelijkheid om van betekenis zijn voor de ander. Voorbij het (vuile) werk, het zweet en geld. En als ervaring onbetaalbaar en onuitwisbaar.

Dit is het verhaal wat ik nu met jou deel. En hopelijk doe ik dat nog steeds aan het einde van mijn leven. Maar dan nog veel meer van dit soort verhalen. Want dat is mijn droom: het verzamelen van prachtige ontmoetingen en betekenisvolle momenten.